HomeWorkAboutDatesContactHobbyOkiagari FaseNo More Earthquakes Veld Pendulescph1000 perspectievenAbout Michiel circus LaboratoriesLAB1LAB2LAB3timelinestransformationspoemsCCUB

Michiel Deprez Michiel Deprez mdeprez Michiel Depree Depre Depré De Prez

work
fase
no more earthquakes
okiagari 
installation
veld
pendule
performance
anekdotisch circus en installaties en post-internetkunst en misschien ook proza en nieuwe onderdelen voorzien van zaken
Fase

"Fase" is an unrelenting stream of projectiles. Fifteenhundred chances without time to ponder on succes or failure. In the game of a performer and 3 tennisballmachines the borders between man and machine start to fade and they make a seemingly endless choreography of falling balls.

Circus is often associated with amazing skills and spectacle. But it isn't in spectacle that we find the common element of what makes things circus. It isn't found by striving ever further, greater and for more danger, it is precisely by leaving out the superfluous, returning to the basis and then decomposing even that that we can approach the beginning.

​"Fase" is a performance that attempts to deconstruct the action of juggling. In this attempt the need for a second party arose, something to throw things so the performer can concentrate solely on catching or on the flight of the object. Hence tennisballmachines.

In this performance the audience is given time to fully take in this simple situation, where one person tries to catch all the balls 3 machines can throw at him. How it doesn't always work and what that does to this person, the sound of electric engines and the sight of the stage slowly filling with fluorescent yellow.

​"Fase" can be seen as a performance about circus, about the relationship we have to technology, about life. Maybe we don't need aboutness to experience insight. In any case, "fase" is a simple action to be interpreted or experienced freely.

michieldeprez33@gmail.com 
+31 649 670931

Okiagari

When I was studying I made some objects out of concrete and tube. I made them to behave as upside-down pendulums, similar to a metronome or those inflatable punchingbags. Originally I wanted to make something I could also throw and juggle, but it turned out that to have this effect of self-rightening they need to be very heavy, too heavy to juggle.

They have a life of their own, which allows me to be just an observer at times, watching silence slowly set in again.  Throughout this piece the landscape changes, small sculptures appear and disappear. Similar to classic juggling, where a large vertical space is filled with motion by throwing things, here a large horizontal plane is filled by rolling the objects, creating patterns of oscillations and spirals.

No More Earthquakes

This is a social experiment where I put a performer on stage without a performance. The piece is with a new person each time, someone I haven't met before. I don't tell them what to do or what will happen. 

Before the piece the performer and the audience get some rules.

The inspiration came from the Heideggerian notion of Dasein as thrownness and projection, where being thrown is having a background and a situation and projection is having a goal and a future (very roughly). The goal is to take away the projection by not offering an arena that affords this self-realization, to keep the performer on a razor's edge of hyper-awareness that nothing has a reasing and everything  therefor becomes important and even absurd.

Another way of thinking about it is making flow impossible, trapping someone in reflection and trying to rob them of their there agency.





Veld

Veld is very simply a field of objects, the same ones I use for  okiagari. My goal was to make something between a stone garden and a playground. It's a landscape that keeps changing, a work that is never finished.
Pendule

This is a durational performance where the audience is free to come and go as they like. It's based on an object that I made after being inspired by a youtube video about gravity. In this video a man rolls marbles on a stretched piece of fabric, the heavy marbles roll in a spiral towards the middle (where the fabric can stretch down the most), whereas the lighter ones circle the heavier ones. This principle of dynamic and fractal ballance I applied in the pendulum.

After working for some time with this thing, I found the main quality is best comparable to a fire, the hypnotic way these concrete spheres fly through the air and circle each other is simply mesmerizing. And like a fire it needs someone to keep it going.
1000 perspectieven

A sound installation and performance. I will ask 999 people "What shall I do with my life?". The answers I record, to play them back simultaniously in the installation. As a counterpoint a performer will be sharing his unfiltered thoughts. In this way I want to show 1000 perspectives on life, 999 outwards and 1 inwards.

Een perspectief op circus, circus als perspectief. (2016/2017)

Circus is het product van de menselijke drang om grip te krijgen op de wereld, om vaardig te worden in het in-de-wereld-zijn. Het perspectief van circus is interactie. Het materiaal van circus zijn de mogelijkheden. Mogelijkheden van mensen, dieren, dingen, van mensen met dingen, van mensen met dieren en van mensen met andere mensen.

Ik wil circus beschrijven aan de hand van een bio-sociale drift in de mens. Omdat dit voor mij de meest elegante beschrijving is, die ruimte biedt aan alle vormen van circus, maar tegelijk aantoont waarom circus zich niet beperkt tot de bestaande vormen. Een menselijke drijfveer die een perspectief op de wereld werpt, zoals dorst een dorstig perspectief op de wereld werpt.
Het sluit alle vormen van circus die ik mij kan voorstellen in zich, maar vertrekt van het heel concrete. Het willen grip krijgen op de wereld is een kanalisatie van Jungiaans libido, van levensenergie die wordt aangewend voor een vorm van zelfbehoud, wat in het Engels fittedness heet.

Op dit niveau van beschrijving zouden we dans kunnen beschrijven als komende van de drang om te bewegen. Deze vergelijking maakt ook duidelijk dat, hoewel circus vertrekt van de drang om vaardig in-de-wereld te zijn, het niet enkel uitzonderlijke vaardigheden moeten zijn, niet enkel virtuoos. Zoals dans ook stilstand kan inhouden, kan circus een non-interactie zijn. Het vertrekpunt, het denkkader, het perspectief van dans is beweging, dat houdt ook niet-beweging in. Het perspectief van circus is interactie, dat houdt ook non-interactie in.

Interactie wil hier niet zeggen publieksinteractie, het is de relatie tussen mens en wereld, agent en arena. Een fysiek, mentaal en emotioneel wezen in een omgeving. Die omgeving beinvloedt en vormt ons en wij beinvloeden en vormen de omgeving. Het omgaan met die relatie, en die relatie naar de voorgrond laten treden is de interactie aangaan.

Waarom is het waardevol om circus te proberen beschrijven? Want natuurlijk zijn die vakjes irrelevant in het maakproces. Je maakt iets dat in relatie staat tot de wereld en niet tot de kunstwereld, de theaterwereld of de circuswereld. En toch is het interessant om te zien hoe een circusartiest tot een ander maaksel komt dan bvb. een danser. En het is waardevol om in te zien dat er niets aan moet worden toegevoegd om te zorgen dat circus in relatie staat tot de mens. Circus is in zijn opzet al diep menselijk.

Daarnaast is het ook noodzakelijk om, als we dan toch moeten labelen in de praktijk, het stereotype beeld bij de toeschouwer te ondermijnen. Verwachtingen beinvloeden sterk de perceptie, en staan een open beleving van een circuswerk in de weg. In het ergste geval leeft het beeld van een bepaalde soort esthethiek, van zaagsel en een tent en veel kleuren, vrolijkheid, gevaar en spektakel.
In het minst erge geval wordt het verbonden met een set technieken (trapeze, jongleren, etc.) alsof men dans zou vereenzelvigen met ballet en breakdance en jazz.

Circus is het product van de menselijke drang om grip te krijgen op de wereld, om vaardig te worden in het in-de-wereld-zijn. Het perspectief van circus is interactie. Het materiaal van circus zijn de mogelijkheden. Mogelijkheden van mensen, dieren, dingen, van mensen met dingen, van mensen met dieren en van mensen met andere mensen.

Zoals het materiaal van beeldende kunst het beeld is, zo is het in circus de mogelijkheid. Het hout leent zich tot stapelen, de bal nodigt uit tot gooien en de mens loopt en springt en klimt. Maar in circus gaat de interactie met de wereld verder, in die zin dat het niet blijft bij conventioneel gebruik. De gebruiksvoorwerpen worden gereduceerd tot objecten, waarbij de interactie bepaald wordt door de eigenschappen van het ding in zichzelf, en niet door het vastgelegde gebruik. Denk maar aan de klassieke 'gentleman juggler' die wandelstok en champagneglazen e.d. gebruikt voor jongleertruks. Op die manier kan de circusartiest dingen verplaatsen van de wereld van de apparaten (Zuhanden) naar de wereld van objecten (Vorhanden).

Maar dingen als trapeze's en chinese mast hebben toch een heel specifiek gebruik, zelfs al wordt daar op gevarieerd? In die zin blijft de trapeze-act een volgzame uitvoering van conventies.
Ja en nee. Daar zien we meteen een onderscheid tussen de realisatie van mogelijkheden van een object en de realisatie van mogelijkheden van het lichaam. Want daarvoor zijn deze apparaten ontworpen, om de ruimte te bieden aan een mens om het potentieel van zijn lichaam te ontwikkelen en realiseren.
Apparaten als trapeze, chinese mast en bascule zijn speciaal ontworpen als dingen die de mogelijkheden van het lichaam ondersteunen en uitdagen, met andere woorden om mogelijkheden te bieden. In sommige gevallen heel veel mogelijkheden, zoals een chinese mast of in sommige gevallen enkele heel specifieke mogelijkheden, zoals een spaans web of een cadre aerien.

Zo kunnen we zien dat objectmanipulatie en jongleren vooral te maken hebben met het potentieel van objecten, veel andere klassieke disciplines vooral te maken hebben met het potentieel van het menselijk lichaam. Grondacrobatie is hierin de meest uitgepuurde vorm, de verschillende vormen van lucht acro of evenwichtskunsten zijn dan weer iets enger in het veld van de mogelijkheden.

Partner-acrobatie is een onderzoek naar fysieke interactie tussen meerdere mensen. Eigenlijk is contactimprovisatie vaak een vorm van circus en niet dans, omdat vaak het vertrekpunt de mogelijkheden van dragen, steunen, contact houden zijn, en niet beweging pur-sang.

Een illustratie van dit punt is het volgende:
Muziek is circus als het gaat om hoe de klanken verkregen worden ipv de compositie.
Dans is circus als het gaat om de mogelijkheden van het lichaam en niet om de vorm.
Theater is circus als het gaat om de dialoog en niet de tekst.
Beelden zijn circus als het gaat om het tonen van een proces en niet het aanschouwen van een resultaat.

Circus is het product van de menselijke drang om grip te krijgen op de wereld, om vaardig te worden in het in-de-wereld-zijn. Het perspectief van circus is interactie. Het materiaal van circus zijn de mogelijkheden. Mogelijkheden van mensen, dieren, dingen, van mensen met dingen, van mensen met dieren en van mensen met andere mensen.

Om aan dans, circus of theater te doen is het publiek niet essentieel (ik wil hier het onderscheid maken tussen die dingen als praktijk en als kunstvorm) maar de acteur is wel noodzakelijk. Het is in de eerste plaats zijn intentie, zijn onderzoek dat bepaalt wat hij doet.

Het publiek is onbelangrijk in de beschrijving van het fenomeen circus want de vraag of iets circus is veronderstelt geen publiek. Iemand gooit en vangt een bal, is dat circus? Misschien, en ja of nee hangt niet af van of er iemand kijkt. Of het kunst is, dat is een bredere vraag waarbij niet enkel het concrete maar ook de ervaring van het concrete een rol speelt en dus de toeschouwer wel meespeelt. (Hoewel: als we doordenken zien we dat een acteur zijn eigen handelen ook kan beleven. Naast het inleven is er ook het beleven, naast het doen is er ook het bewustzijn van het doen. In flow zijn en beseffen dat alles gaat zoals het moet gaan, wonderbaarlijk en een soort kunst-ervaring denk ik. Maar daarin is nog steeds de beleving, de kadering, zelfs als actie en perceptie in een en dezelfde persoon liggen besloten, belangrijk in de waardering van iets als kunst of niet kunst)

Trukje” is een pejoratief woord voor gerealiseerde potentie, wie dat weet kan elke stelling waarin de woorden “circus” en “trukje” gebruikt worden ontkrachten. “Techniek”is een slecht woord voor de realisatie van mogelijkheden, er is geen duidelijk onderscheid met begrippen als procedure, discipline en virtuositeit. Dit is heel problematisch aangezien techniek als een centraal element van circus wordt gezien. Als we techniek zien als gerealiseerde mogelijkheden klopt dit, maar als techniek virtuositeit betekent dan is het helaas compleet verkeerd. Ook de procedures zijn niet centraal, de technieken die zijn ontwikkeld om ver te gaan binnen disciplines zijn niet essentieel. Ook de discipline's zelf zijn slechts 1 mogelijke expressie van het basale verlangen dat achter circus zit. Ik pleit ook voor het in gebruik nemen van deze woorden: procedure, discipline en virtuositeit, ter vervanging van techniek waar dat beter past.

Circus is een woord, en onbelangrijk als doel, als veld om zich in te bewegen. Maar circus is heel rijk als vertrekpunt, als een achtergrond die het creatieve proces beinvloedt. Het is onbelangrijk en onwenselijk om te definiëren waar je naartoe gaat (qua (kunst)vorm of nog erger puur semantisch) maar goed om na te denken waar je vandaan komt (qua ingesteldheid).

Many thanks to; Plan Brabant, Festival Circolo, De NWE Vorst, Circuscentrum Vlaanderen, Podium Bloos, Cement Festival, Boulevard Festival, Het Klooster Breda, Sarakasi, Circus Jojo.
F    U    T    U    R    E

As part of a development-program called PLAN-Brabant I am organizing 3 artistic laboratories. The first lab concerns spontaneity and conciousness in the creative practice. Below are the main research questions and an attempt at describing why I want to ask these questions in a group.

  • What is and how can we achieve “spontaneity”, and how can we transmit this to a public?

  • How can we be indeterminate with regards to our work/product?

  • How can we choose to act unconsciously?

These questions come from a love for improvisation, an interest in taoism and the human psychology. I would like to make work in which I have no voice, so the voice of something else can be heard. I choose for improvisation because I believe in the value of not-choosing, or in other words of never doubting but simply executing. But still this is a very conscious choice. I can I not choose and then do it? How can I let, not only the concrete movement material of a work (which movement, which words,...) but also the form, the paradigm, the whole process, how can I make all these elements spontaneous?

Can the unconscious do without my conscious interference? How can I let it? 

With regards to these questions I have been interested by Jungian psychology (he talks for example oabout the archetypicle patterns of the subconcious giving rise to dreams (individual) and mythology (social)), hypno-therapy (where claims are made that they communicate with the subconscious), taoïstic philosophy.

In my work the desire to let things happen that are not choreographed is one of the main motivations. In "No More Earthquakes" I try to answer these very questions by putting someone on stage with no instructions, only a simple set of rules that should not be broken. In this way this person can truly improvise in an existential way, without even knowing it. In "Fase" the performer only tries to catch balls, never throwing back, therefor never being the one who determines the movement, rythm, etc.
With my colleague Ruben I have been researching a practice of automatic talking with constant breaks, in which one observes his thougts and then speaks. This allows thoughts to pop up, rather than simply voicing conscious thought. Together we research many ways of sharing of giving away the act of creation.


Laboratory researching the raw material of circus
Laboratory researching spontaneity and consciousness
Laboratory researching the possibilities of the public context

As part of a development-program called PLAN-Brabant I am organizing 3 artistic laboratories. The first lab concerns spontaneity and conciousness in the creative practice. Below are the main research questions and an attempt at describing why I want to ask these questions in a group.

  • What is and how can we achieve “spontaneity”, and how can we transmit this to a public?

  • How can we be indeterminate with regards to our work/product?

  • How can we choose to act unconsciously?

These questions come from a love for improvisation, an interest in taoism and the human psychology. I would like to make work in which I have no voice, so the voice of something else can be heard. I choose for improvisation because I believe in the value of not-choosing, or in other words of never doubting but simply executing. But still this is a very conscious choice. How can I not choose and then do it? How can I let, not only the concrete movement material of a work (which movement, which words,...) but also the form, the paradigm, the whole process, how can I make all these elements spontaneous?

Can the unconscious do without my conscious interference? How can I let it? 

With regards to these questions I have been interested by Jungian psychology (he talks for example oabout the archetypicle patterns of the subconcious giving rise to dreams (individual) and mythology (social)), hypno-therapy (where claims are made that they communicate with the subconscious), taoïstic philosophy.

In my work the desire to let things happen that are not choreographed is one of the main motivations. In "No More Earthquakes" I try to answer these very questions by putting someone on stage with no instructions, only a simple set of rules that should not be broken. In this way this person can truly improvise in an existential way, without even knowing it. In "Fase" the performer only tries to catch balls, never throwing back, therefor never being the one who determines the movement, rythm, etc.
With my colleague Ruben I have been researching a practice of automatic talking with constant breaks, in which one observes his thougts and then speaks. This allows thoughts to pop up, rather than simply voicing conscious thought. Together we research many ways of sharing of giving away the act of creation.

As part of a development-program called PLAN-Brabant I am organizing 3 artistic laboratories. The second lab concerns the publix context. Below are the main research questions and an attempt at describing why I want to ask these questions in a group.

  • How can we intervene in a valuable/interesting way? Why should we?

  • How can we practice this?

  • What are the possibilties, what does this public context offer that a theatre/museum context cannot? 

I feel the need to cultivate a practice outside the art institutions for a few reasons. 
Firstly the homogenity of the theatre and festival audience is something. I have the feeling that at least in the street you can reach more or less everyone.

Secondly, practicing outside the institutions gives freedom on a level of form, I can do whatever I imagine with only the physical and the legal limiting me, but it also gives a freedom in the work I do in theatres or festival. This freedoms comes from the fact that I do not depend on money or people to call myself an artist, I depend on making art. This is a purely selfish motivation, I need to give myself the feeling of a meaningful life, and in this way I can have it without depending on approval from anyone else.

Thirdly, if art is an attempt at making something happen with the public, the public context offers different ways of approaching a person. Or not approaching them. In any case what you do becomes part of, or conflicts with, daily life, whereas theatre is neatly seperated from it, like a movie.



postponed

As part of a development-program called PLAN-Brabant I am organizing 3 artistic laboratories. The third lab concerns circus. Below are the main research questions and an attempt at describing why I want to ask these questions in a group

  • What stands to circus as sound stands to music, or in other words what is the raw material of circus? What is our zero?
  • How can we imagine a circuspractice without practicing a discipline? 

The seed for these questions was planted when I saw a documentary about John Cage a few years ago. His views on art and life (or my interpretation of them) have influenced all my work since then, and it has made me wonder which basically human faculty circus is an expression of, and also, what would be a "deskilled" form of circus.

What would be a dehumanized circus even, one where there is no redundancy, like music that is left uncomposed, sound.

I find it a stifling idea that circus has to take form in a circus discipline, as if you could only dance "a dance" like lindy hop or ballet and not dance whatever, move, be and call it dance. I also think it's wrong, because like all artforms circus has something basically human, some urge or tendency in the human, at it's origin. To reach this I think we need to strip away the conventional disciplines, aesthetics and spectacle. By identifying it in a physical way we can find a larger field of possibilities, opening up the world that most other artforms have been exploring since the 50's and 60's.

I believe that being a circus artist is a matter of perspective, and i would very much like to translate the largest possible perspective into physical work. I only wonder if this is the residue of a kind of guilty self-discipline (I need to train and get good at something). In any case I think to explore a practice without discipline would be very valuable for myself and for the circus community in general.



Widget is loading comments...

What shall I say? What shall I say? What shall I say? What shall I say?what shall I say? What shall I say? What shall I say? What shall I sau? What shall I say? What shall I say? What shall I say? What shall I say? What shall I say? What shall Iya? What shall I say? What shall I say? What shall I say? Shat shall I say? What shal I say? What shaill I say? What shall I say/ HWati achall I wy? What shall I SYa/ What shall I say? Wat sahal I say? What shal I say? What Shall I da? mShati what say i? What shall I say/ What shall Ik say? What shall I say? Wat shall I say? What shall I say? What shall I say. Waht sahli I say/ What shall I say ? What shall I say What shall I say? What ashall I say? What shall I way What ashall I say? What shall I say? What shall I say? What shall I say: What shall I say What Shall I Say. What shall I say? WHat Shall I say? What shal I sayy? What shall I say? What shall I say? What shall I say? What shall I say? Wjat wih i shadi. What shall I say. What shall I say? What shall I say? What shall I say/ What shall I wal? What sahllI say? What shall I say? shaalj What is say? What shall I say/ what shall I say? What shall I say? What shall I sya? What dahi I Da?/ What shall I say? What sahl I say ? What shall I say? What shall I say? What shall I say. What shall I say? What shall I say? What shall I say? What say I  ? what shal i say. What shall I say.? Wah SHAl I say What Shall I say? What Shall I say? What Shall i say? What shall I say? What shall I say? What shall I cay? WhatshallI sa? What shall I say? What shall I sa/ What shall i say? wajt shall I sa// HWat shall I say? waht shall I say? Wabt shall I say: Waht shall I say" What shall I xay" What shall I say? What shallwa i say. What sahll I say? What shall Isya Wie ben ik What sahhl I say? What ahall I say? What sall I say? What shall I say? What shall I say: What shall I say? What shall I say. Wha Shall I Say. What whall I say. What shall I say? What shaai I Sau. What sial I say? What shall I say? What haal I say? What shall I say? What shall I Say. WhAT dha i sa? Waht shall I say? What shall I say what shall I say? What shal I say? What shall say? WHat shall I say? What shall I da? What sahyl I say? What IWawadli I say? HWat Shal I daya? Waht sashal I say? WJat ai daskj I ? What ? What/ What shal I DUHa? What ai say? What Sid I say? What shal I say? What Shal I say/ What shall I say? What sahl I say? WHat shall I say? What shall I sayl/ WHat shall I say? What shall I say? What shalll I say? WHat shall I say. what shall I say What shall I say? Whatadf oijd al what????? what shall I say? What shal I say///? Waht shall I say? What shall I say/ What sayaasya says yasyaysyasyaysy? What say? what I? What Shall? SHAL SAHLL say/? Say what? what? and I? What shall I say? wWAjttttt shal i say?????? What shall I day? day! What Day? What shall I say? What shall I say? What shall I say? What shall Isay? What shall what waht waht what??????? sywhat shall i dasy?

Work in progress, a piece for 20 melodica's and 20 people, tapping into natural rythms.

In satellite view on google maps there are lines where two times meet. 

~ Preview ~

soon